Een christen is iemand die in mijn ervaring behoorlijk zelfkritisch kan zijn en dat komt volgens mij omdat de Bijbel ons vaak een spiegel voorhoudt. En daar is op zich niets mis mee want een eerlijke houding naar jezelf voorkomt schijnheiligheid. Maar in mijn geval sloeg het misschien een beetje door. Er kwam dan zo’n stemmetje bij mij op die allerlei lastige vragen stelde zoals bijvoorbeeld of ik wel echt bekeerd was en of het allemaal wel echt waar is.
En eerlijk gezegd zorgde dat stemmetje in het verleden best wel eens voor wat onrust maar nu eigenlijk helemaal niet meer. Want wist je dat het niet zo moeilijk is om dit soort innerlijke dialogen de baas te zijn? Want je kunt ze, net als met ieder ander, het zwijgen opleggen door moeilijke vragen terug te stellen.
Het zijn eigenlijk dezelfde vragen die ik ook een ongelovige zou stellen. En je hebt dit soort argumenten misschien al honderd keer van mij gehoord, maar ja, is herhaling niet de beste leermeester? Ik denk dat het belangrijk is om je te realiseren dat jijzelf de baas bent over hoe een gesprek verloopt ook als je dat gesprek in wezen met jezelf voert. Verder ben ik van mening dat degene die de twijfel oproept, en dat geldt net zo goed voor je innerlijke stem, dat diegene dan ook maar met een geloofwaardig antwoord moet komen voor de volgende vragen:
-Als God niet zou bestaan, waar baseer je dan je moraal op en is het überhaupt mogelijk een absolute moraal te hebben zonder een hogere macht? Volgens mij namelijk niet!
-Waar komt alle informatie vandaan in ons DNA dat als het ware een computerprogramma is voor al de cellen in ons lichaam zodat zij weten wat zij behoren te doen en in welke volgorde? Of denk je misschien dat al je organen “per ongeluk” in je lichaam zijn terecht gekomen?
-Als wij niet geschapen zijn, zijn wij dan ontploft in een zogenoemde “Big Bang”? Haha, elke keer als ik iemand vol overtuiging hoor praten over evolutie kan ik een glimlach niet onderdrukken omdat het zo absurd is. Ik neem aan dat iedereen ondertussen wel weet dat het allemaal bedenksels zijn, het is zeker geen wetenschap en als je mij niet gelooft vraag dan om echte bewijzen die geen verhaaltjes zijn over hoe het eventueel zou hebben “kunnen” gebeuren.
-De manier waarop de Bijbel de mens beschrijft lijkt mij aardig overeen te komen met de werkelijkheid zoals ik die ervaar. Want waarom is de mens geneigd altijd maar weer het kwade te doen?
-Alle dieren en planten zijn in mijn optiek volmaakt zoals ze gemaakt zijn, er zijn geen half ontwikkelde planten, dieren of mensen die je zou verwachten als evolutie waar zou zijn. Of wil je misschien, net als Darwin zelf, beweren dat er hogere en mindere klassen van mensen bestaan?
-Moet je als atheïst niet in erg veel toevalligheden geloven? Afstand van de zon, afstand van de maan, Jupiter die zoveel zwaartekracht heeft dat hij de meeste kometen in ons zonnestelsel opvangt en zo de aarde beschermt, het magnetisme van de aarde die schadelijke straling tegenhoudt, zuurstofgehalte, de juiste temperatuur, de seizoenen, overvloed aan voedsel en brandstoffen enzovoort. En o ja, alle flora en fauna kunnen niet zonder water en laat dat nou gewoon uit de lucht komen vallen?
Dit zijn voor mij allemaal overtuigende redenen om nooit aan het bestaan van God te hoeven twijfelen en dat doe ik dan dus ook niet, het is wat mij betreft een uitgemaakte zaak.
Daarom heeft mijn innerlijke tweestrijd dan ook nooit betrekking op God Zelf maar heeft altijd met mijzelf te maken. Die absolute zekerheid die ik wel voor God ervaar, heb ik wat mijzelf betreft zeker niet. En dat heeft weer alles te maken met verschillende lastige teksten in de Bijbel.
“Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt. U bent al rein vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb. Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand”.
Johannes 15 vers 2 t/m 6
Dit was één van die teksten die ik niet echt prettig vond om te lezen. Want om de één of andere reden was ik er van overtuigd dat vruchten voortbrengen betekende dat je mensen tot bekering moest leiden. En dat zorgde in mijn geval voor de nodige onzekerheid want dat is iets wat mij tot op heden nog steeds niet is gelukt.
Gelukkig kwam ik er echter vrij snel achter dat de Bijbel spreekt over zowel zaaiers als maaiers en dat je dus zeker niet alles tegelijk kunt zijn en dat God dat ook zeker niet van je verwacht. Maar wat wordt hierboven dan wel bedoeld met die vruchten? Laten wij, zoals gebruikelijk, kijken wat de Bijbel daar over te zeggen heeft:
“De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”. Galaten 5 vers 22
En dat klinkt op zich al wat gemakkelijker om aan te voldoen totdat ik mij realiseerde dat deze prachtige eigenschappen ook al niet echt overvloedig zichtbaar zijn in mijn karakter. Een vreemde geschiedenis die hier misschien iets mee te maken heeft is het volgende tekstgedeelte:
“s Morgens vroeg, toen Hij terugkeerde naar de stad, kreeg Hij honger. En toen Hij een vijgenboom langs de weg zag, ging Hij ernaartoe en vond er niets aan dan alleen bladeren. Hij zei tegen hem: Laat er aan u geen vrucht meer groeien in eeuwigheid! En de vijgenboom verdorde onmiddellijk. Toen de discipelen dat zagen, verwonderden zij zich en zeiden: Hoe is de vijgenboom zo ineens verdord? Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u: Als u geloof had en niet twijfelde, zou u niet alleen doen wat er met de vijgenboom is gedaan, maar zelfs als u tegen deze berg zou zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen, dan zou het gebeuren. En alles wat u in het gebed vraagt, in geloof, zult u ontvangen”. Mattheus 21 vers 18 tot 22
Ik denk dat wij het er wel over eens kunnen zijn dat de Here Jezus hier niet de vijgenboom een lesje leert door hem te straffen. Deze gebeurtenis is volgens mij overduidelijk bedoeld als een leermoment voor de discipelen met een diepere betekenis omdat de Here Jezus deze gebeurtenis meteen koppelt aan hun geloof. Dus is er volgens mij een direct verband tussen “geloof” en “de vruchten van de Geest”.
Die vijgenboom zag er op een afstand goed uit omdat hij onder de bladeren zat. Maar de belofte van zijn uiterlijk maakte de vijgenboom niet waar want van dichterbij bekeken bleek hij geen vruchten te hebben. En die teleurstelling was reden voor de Here Jezus om een einde te maken aan het bestaan van de boom. Want wat is eigenlijk het nut van een vijgenboom als er geen vijgen aangroeien? En wat voor nut heeft een christen als de vruchten van de Geest niet merkbaar in hem of haar aanwezig zijn? Je kunt je dan de vraag stellen, en hier begint de innerlijke tweestrijd, of de Geest dan wel daadwerkelijk in je woont.
Toch deze vraag aan jezelf stellen is volgens mij een goed teken en misschien helpt het ook om je te realiseren dat je in dit leven geen perfectie zult bereiken en zullen we het dan maar, met de hulp van diezelfde Heilige Geest, een werk in uitvoering noemen?
Maar als je het ene dilemma hebt opgelost staat de volgende alweer klaar. Want wat bij mij persoonlijk ook voor de nodige strijd zorgde waren de zogenoemde Geestesgaven. Dat zijn bijzondere door de Geest gegeven gaven, of ook wel talenten genoemd, die nooit voor jezelf zijn maar altijd dienen tot welzijn van de gemeente. Ik herkende mijn gave toen niet en dat zorgde weer voor frustratie omdat ik dacht dat ik geen gave had en dus mogelijk niet echt bekeerd was. Wat het ook moeilijk kan maken is als iemand bijvoorbeeld de gave heeft om te spreken in de gemeente, hij vaak anderen aanspoort om te gaan spreken, terwijl zij mogelijk die gave helemaal niet bezitten. Je kunt je dus de verkeerde gave laten aanpraten.
Ondertussen ken ik mijn gave wel maar het blijft een moeilijk onderwerp omdat sommige van die Geestesgaven volgens mij niet meer geldend zijn voor ons in deze tijd. Zoals bijvoorbeeld de gaven van profetie, wonderen, spreken in tongen, uitleg van die tongentaal en de gave van genezing. Mijn bezwaren zijn trouwens volledig pragmatisch van aard want ik heb nog nooit overtuigende voorbeelden van deze gaven in de praktijk gezien. Misschien ten overvloede, ik heb het hier over de gaven en niet of God wonderen wel of niet kan doen!
Waar ik ook moeite mee had waren de gelijkenissen over de talenten uit Mattheus 25 en Lukas 19. Die eerste gelijkenis gaat over een meester die talenten achter laat voor drie van zijn knechten om winst mee te maken. Twee van de drie doen dat en verdubbelen hun talenten maar één begraaft het geld en doet er dus niets mee. Als de heer terug komt is hij verheugd met de eerste twee maar hevig verontwaardigd over de knecht die niets met zijn talent deed. De meester was boos omdat hij het op zijn minst naar de bank had kunnen brengen om er rente van te ontvangen en stuurt hem vervolgens naar een plek die aan de hel doet denken.
Het woord “talenten” is hier misschien een beetje verwarrend. Ik dacht vroeger dat het hier over je persoonlijke gaven ging maar dat lijkt mij toch niet helemaal te kloppen. Want een “talent” was een echt bestaand geldstuk met een gigantische waarde. Een talent was in die tijd zo’n zesduizend denariën waard en één denarie was toen ongeveer een dagloon van een arbeider. Dus één talent is het loon voor ongeveer twintig jaar werken!
Ik ben er nog steeds niet helemaal zeker van waar deze gelijkenis precies over gaat maar hier is mijn redenering. Als dit verhaal toch zou gaan over de talenten waar je mee geboren wordt en dat je die zou moeten inzetten voor het koninkrijk van God dan vraag ik mij wel af hoe je je eigen talenten zou moeten vermenigvuldigen? Het zelfde geldt voor de Geestesgaven, die heb je of die heb je niet en een verdubbeling van die gaven heeft volgens mij geen zin. Ik denk ook niet dat het hier gaat over de vruchten van de Geest want hoewel wij die misschien wel kunnen verspreiden, hoe zouden wij winst kunnen maken met liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid of zelfbeheersing?
Wat mij opvalt is dat de talenten niet van de knechten zelf waren maar juist van de meester die ze in bruikleen gaf met de bedoeling om er winst mee te maken. Misschien kun je het talent ook een schat noemen omdat het iets van een enorme waarde was. En wat is de grootste schat die een christen van zijn Meester krijgt? Is dat niet het Evangelie? En is het niet onze grootste opdracht om die Blijde Boodschap te verspreiden?
Maar als wij niets met deze schat doen, hoe zouden wij er dan toch rente voor kunnen ontvangen? Zou het mogelijk zijn dat wij dat toch kunnen bewerkstelligen door organisaties te ondersteunen die wel hun best doen om het evangelie verspreiden?
Wat ik nu wel geleerd heb is dat je moet oppassen met het éénzijdig lezen van Bijbelteksten. En als je oprecht een christen bent, laat je dan niet elke keer verleiden die eeuwige tweestrijd met je innerlijk aan te gaan. Want dezelfde tekst die zegt dat je wordt afgehouwen als je niet in de wijnstok blijft zegt ook dat als jij wel in de wijnstok blijft de Here Jezus jou zeker niet zal verlaten.
En dezelfde tekst in de gelijkenis die zegt dat de slechte knecht wordt gestraft vertelt ook hoe de goede knechten geweldig worden beloond.
Waarom zijn wij toch altijd zo snel geneigd om elke keer voor het negatieve te kiezen in een tekst die beide mogelijkheden laat zien?
En laten we ook eens ophouden met de dingen onnodig ingewikkeld te maken want in de Here Jezus blijven is simpelweg in Hem geloven en doen wat Hij zegt! En het is ook nog de Here Jezus Zelf die voor de vruchten zorgt want zonder Hem kunnen wij niets!
Wat wil je dan nog meer?
