In de buurt van ons dorp vond laatst een verschrikkelijk auto ongeluk plaats waarbij een aantal jongeren van rond de twintig jaar de dood vond. En je kunt dat misschien ongepast vinden, maar de eerste vraag die dan bij mij naar boven komt is of zij gelovig waren of niet, omdat dat bepaald of er werkelijk troost is. Ik ken de jongens verder niet en ik heb geen idee van hun situatie maar ik weet wel dat als het mij was overkomen op die leeftijd dat ik nu op een plek zou zijn waar God niet is.
En dat terwijl ik ben opgegroeid in een christelijk dorp en opgevoed door christelijke ouders, maar dat is dus duidelijk geen garantie dat je dan ook een christen wordt. Het betekent wel dat je dan vaak een christelijke afgeleide moraal hebt en dat je genegen bent te geloven dat God bestaat. Wellicht is dat één van de redenen waarom ik nooit heb getwijfeld aan het bestaan van God. En mogelijk kwam dat ook omdat ik als kleine jongen iedere week met veel plezier naar de Bijbelclub ging. Twee lieve vrouwen met een grote bewogenheid voor kinderen brachten mij daar de liefde voor de Here Jezus bij. Zij lieten mij naar hartenlust knutselen en vertelden mooie Bijbelverhalen. En ik kan het mij niet precies herinneren maar ik zal zeker in mijn kindergebedje gevraagd hebben om een nieuw hartje. Maar ondanks dat en dat ik mijn leven lang regelmatig naar de kerk ging was ik voor mijn achtentwintigste toch nog steeds geen christen.
En dat kwam door een combinatie van dingen. Anders dan je misschien zou verwachten in een christelijk dorp werd er in mijn jeugd door mijn leeftijdgenoten niet veel gediscussieerd over het geloof. Maar ook niet echt door oudere mensen in mijn omgeving. Het werd gewoon stilzwijgend aanvaard dat iedereen geloofde. Afgezien van het feit dat je wel verplicht naar de kerk moest werd het geloof in mijn herinnering niet echt opgedrongen. En de christelijkheid van mijn basisschool bestond vooral uit een gebed aan het begin en aan het eind van de dag en elke week een Psalmversje uit het hoofd leren.
Nu ik erover nadenk moet het wel gezegd worden dat wij op zondag niet mochten fietsen, zwemmen, sporten of naar de winkels gaan. Dat laatste was trouwens sowieso op Urk niet mogelijk omdat die allemaal gesloten waren op zondag.
Persoonlijk heb ik dat echter nooit ervaren als een last, sterker nog, ik mis die tijd een beetje omdat de zondag toen nog een bijzondere aparte rustdag was.
De meeste mensen bemoeiden zich met hun eigen zaken en hoe zij over het geloof dachten hing volgens mij vooral af van de kerk waar zij naar toe gingen.
Mijn leven begon in de gereformeerde kerk en die kun je beschouwen als één van de wat lichtere kerken in ons dorp. De positieve dingen van die gemeente waren bijvoorbeeld dat ze een plek voor jongeren hadden gemaakt in een bijgebouw van de kerk waar de jeugd kon biljarten en andere spelletjes kon doen. Verder organiseerden zij in de zomer zogenaamde “fietskampen” waar je met een ploeg jongens en een paar leiders voor een week ergens op een boerderij overnachtte en daar met de fiets de omgeving door trok. Ik vond dat een geweldige ervaring, maar terugkijkend vind ik het eigenlijk jammer dat ik er maar weinig hoorde over het geloof. Maar dit is dan ook de kerk die theologen betaalt die niet in God geloven.
Vanwege een kerkscheuring stapten wij later over naar de christelijk gereformeerde kerk. Ik was te jong om het allemaal heel precies te herinneren maar het was in mijn jeugdige optiek veel serieuzer en zwaarder op de hand. Er werd bijvoorbeeld in de preken op zondag meer op gehamerd dat je je moest bekeren. De grootste verandering voor mij was dat ik elke week naar de catechisatie moest. En dat was in mijn beleving zulke droge kost dat ik ervoor zorgde dat ik na elke keer een week oversloeg zodat ik nooit huiswerk had. Maar naar mate je ouder werd, spraken de jeugdouderlingen je meer en meer aan of het geen tijd werd om belijdenis te doen en veel van mijn leeftijdgenoten deden dat volgens mij uiteindelijk dan maar om van het gezeur af te zijn. Die belijdenis werd volgens mij zo ongeveer gelijk gesteld met je bekering en waarom ook niet, we geloofden allemaal in het bestaan van God toch?
In mijn vriendenclub zaten toen ook kinderen uit de zwaarste, calvinistische, kerken die vooral gefascineerd waren door de televisie omdat zij die thuis niet hadden. Je kon ze vaak vinden in cafetaria’s waar de tv aanstond. Wij noemden hen dan hypocriet, maar zij hadden daar natuurlijk zelf ook niet voor gekozen. Ik vraag mij nu af wat hun thuis eigenlijk verteld werd over hoe zij gered moesten worden. Want volgens die kerken moet je persoonlijk door God uitverkoren zijn om in de hemel te komen. Het lijkt mij dat evangelisatie in dat geval weinig zin heeft en het maakt dan volgens mij ook niet meer uit hoe je je kinderen opvoed want alles staat van te voren toch al vast. Je kunt dan moeilijk tegen je kinderen zeggen dat zij voor de Here Jezus moeten kiezen, omdat zij geloven dat er allang van te voren voor hen gekozen is. En er zijn teksten die lijken te bevestigen wat zij geloven:
“Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen”. Efeze 2 vers 8 en 9
Wat je gelooft over hoe je behouden wordt hangt er dus voornamelijk vanaf uit welke traditie je komt. Toch is het mijn ervaring dat de meerderheid van de christenen, zowel jong als oud, denken dat je moet geloven dat God bestaat en dat je daardoor wel zo’n beetje behouden bent. Want word je niet voortdurend verteld dat je gered bent door geloof alleen? En het volgende Bijbelvers lijkt te bevestigen dat het inderdaad gaat om het geloof dat God bestaat:
“Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken”. Hebreeën 11 vers 6
Ik denk echter dat heel veel onduidelijkheden over hoe je een christen moet worden voortkomen uit het feit dat het woord “geloof” in de Nederlandse taal zo’n beetje zijn oorspronkelijke betekenis heeft verloren. Het betekent nu zo ongeveer het tegenovergestelde van wat het in de originele talen van de Bijbel betekende. Als je nu zegt “ik geloof het wel” bedoel je eigenlijk “ik neem het aan totdat het tegendeel is bewezen”. Maar de Bijbelse betekenis van het woord “geloof” ligt meer in de buurt van “een onwrikbaar vertrouwen”. Oftewel, de grootste zekerheid die je kunt hebben!
Verder denk ik dat je het Woord recht moet snijden zoals beschreven in 2 Timotheüs 2 vers 15, omdat je er volgens mij anders niet uitkomt. Maar pas wel op met dit soort dingen omdat je hier natuurlijk allerlei interpretaties op los kunt laten. Mijn bescheiden mening hierover is dat je nooit moet uitgaan van één tekst om iets te bewijzen. Doe je best om alle teksten te verzamelen die over het onderwerp gaan en probeer het samen te voegen, oftewel recht te snijden, tot een samenhangend geheel in overéénstemming met de rest van de Bijbel.
Laten we dat eens gaan proberen te doen met ons onderwerp. Heel veel Bijbelteksten die over ons behoud gaan hebben het alleen maar over geloven, zoals de volgende verzen.
“en hij bracht hen naar buiten en zei: Heren, wat moet ik doen om zalig te worden? En zij zeiden: Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten”. Handelingen 16 vers 30 en 31 ………. “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”. Johannes 3 vers 36 ………. “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven”. Johannes 5 vers 24 ………. ”Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven”. Johannes 6 vers 47
Toch als wij het bij deze verzen zouden laten krijgen wij misschien een verkeerd beeld van wat je moet doen om gered te worden. Want vervolgens lezen wij ook heel vaak dat zij zich moesten bekeren en zich moesten laten dopen. Dus hebben we nu al drie dingen te doen: geloven, bekeren en dopen.
“En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen”. Handelingen 2:38 ………. “Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden.” Markus 16:15-16
Dit even terzijde maar persoonlijk denk ik, naar aanleiding van het laatste vers hierboven, dat de doop geen absolute voorwaarde is om behouden te worden omdat er op het eind staat: “maar wie niet geloofd zal hebben” en er dus niet achter staat: “en niet gedoopt is”. Verdoemd worden geldt dan volgens mij alleen voor hen die niet geloofd hebben.
Ik wil trouwens de doop zeker niet bagatelliseren maar bedenk wel dat de moordenaar die tot inkeer kwam aan het kruis naast de Here Jezus ook niet gedoopt was.
Maar we zijn nog niet klaar, hier zijn nog meer voorwaarden om gered te worden.
“Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is” Mattheus 7:21 ………. “En Hij zei: Voorwaar, Ik zeg u: Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan”. Mattheus 18 vers 3 ………. “Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien”. Johannes 3 vers 3 ………. “U gelooft dat God één is; daar doet u goed aan. Maar ook de demonen geloven dit, en zij sidderen. Maar wilt u weten, o dwaze mens, dat het geloof zonder de werken dood is”? Jakobus 2 vers 19 en 20
Dus ik haal hier uit: worden als een kind, de wil van God doen, opnieuw geboren worden en werken doen in het geloof. Nu hebben we er al zeven en er hoort volgens mij ook nog een achtste bij en dat is naar mijn mening “berouw”. Het woord dat in onze Nederlandse vertalingen vaak wordt vertaald als “bekeren” wordt in de Engelse vertalingen soms vertaald als “repent”. Wat zoiets betekent als oprecht berouw hebben over iets. En ook al hebben “berouw” en “bekeren” overeenkomsten, het zijn volgens mij toch verschillende dingen.
Laten we nu gaan “recht snijden” zonder iets weg te gooien door het verhaal van de verloren zoon te volgen uit Lukas 15 vers 11 t/m 32. Volgens mij begint het met berouw net zoals de verloren zoon die spijt kreeg. Vervolgens kwam hij tot het geloof dat hij terug moest naar zijn vader. En op dat moment geloofde hij als een kind die zonder tegen te stribbelen doet wat zijn vader zegt. Dat zorgde ervoor dat hij zich bekeerde, of omkeerde naar zijn vaderlijk huis. Door dat te doen deed hij de wil van zijn vader. De vader was zo blij dat de zoon er weer was dat hij een feestmaal begon en hij riep: “laten we eten en vrolijk zijn. Want deze, mijn zoon, was dood en is weer levend geworden”. Dus met andere woorden, hij werd opnieuw geboren! Dan blijven er nog twee over. Maar de doop en de werken zijn volgens mij geen voorwaarden voor je behoud maar uiterlijke kenmerken van een oprecht geloof. Je laat je dopen zodat de hele wereld kan zien dat er iets wezenlijks is veranderd in je innerlijk en de werken doe je uit liefde voor God de Vader omdat je Hem wilt volgen.
Toch geloof ik nog steeds dat je behouden bent door geloof alleen. Want als ze het in de Bijbel hebben over “geloof” bedoelen ze al die dingen waar we het hierboven over hadden. Als je de Bijbel echt geloofd als een kind, krijg je echt berouw over je zonden, ga je echt God vertrouwen waardoor je echt Zijn wil wilt doen door je echt te bekeren. Je krijgt dan van God een nieuwe geest en net als de verloren zoon uit de gelijkenis een ring om je vinger zodat je nooit meer verloren zal gaan.
Want wist je dat deze ring die God Zelf om je vinger doet symbool staat voor een eeuwige vriendschap met Hem?
Dus onderzoek en stel jezelf de vraag, is het echt?
